10/12 De versnelde vermindering van de subsidies voor zonnepanelen zal starten op 1 juli 2011 en niet op 1 april 2011, zoals Vlaams minister Freya Van den Bossche eerst had voorgesteld.
Wie enkele jaren geleden zonnepanelen plaatste, kreeg nog 450 euro per groenestroomcertificaat. Zo'n certificaat werd geleverd voor elke geproduceerde megawattuur stroom.
Wie de panelen pas dit jaar plaatste, kreeg nog maar 350 euro per certificaat. De regering verlaagde de steun omdat de zonnepanelen zelf goedkoper werden en tegelijk meer opbrachten.
Toen al was gepland om de steun vanaf 2011 verder te verlagen voor nieuwe installaties. Die vermindering wordt nu versneld doorgevoerd. De eerste vermindering was aanvankelijk gepland voor 1 april, maar dat wordt nu 1 juli. Dan gaat er 20 euro af.
Grote parken
Voor grote parken van zonnepanelen komt er bovendien een onderscheid. De steun voor grote installaties die hun elektriciteit vooral verkopen zal sneller dalen dan voor installaties die de elektriciteit vooral zelf gebruiken.
Steenkoolcentrales die worden omgebouwd tot biomassacentrales zullen nog maar 70 procent van de certificaten krijgen. Maar voor de enige reeds bestaande steenkoolcentrale die al is omgebouwd, een oude centrale van Electrabel, is een aparte regeling getroffen. Die centrale zal 10 jaar lang 89% van de certificaten krijgen.
Wij houden u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in de zonne-energie
Posts tonen met het label zonne-energie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zonne-energie. Alle posts tonen
vrijdag 17 december 2010
donderdag 5 augustus 2010
Nieuwe zonnecel wordt efficiënter bij hogere temperaturen
Onderzoekers van de Stanford-universiteit in Californië zeggen op een geheel nieuw proces te zijn gestuit om zonlicht in elektrische energie om te zetten. Daarbij wordt een groter deel van de zonne-energie benut om elektriciteit te genereren.
In een normale fotovoltaïsche cel, vaak onterecht zonnecel genoemd, wordt een deel van de energie van het invallende licht benut om energie op te wekken. Fotonen met een bepaalde golflengte kunnen hun energie overdragen aan het halfgeleidermateriaal, maar een groot deel van het spectrum is onbruikbaar en veel energie gaat als warmte verloren. Die warmte heeft bovendien als nadeel dat de pvc's minder goed gaan functioneren. Daarom worden sommige zonnepanelen gekoeld. De onderzoekers van Stanford, onder leiding van Nick Melosh, hebben hiervoor echter een oplossing gevonden.
Het proces dat zij in hun onderzoek beschrijven, wordt photon enhanced thermionic emission, of PETE, genoemd. Door een dun laagje cesium op een pvc-halfgeleider van galliumnitride aan te brengen, kan het materiaal naast licht- ook warmte-energie in elektriciteit omzetten. Anders dan bij zonnepanelen stijgt het rendement van het materiaal naarmate de temperatuur stijgt. De PETE-pvc's zouden dan ook goed werken in combinatie met zonne-concentrators die vloeistof opwarmen. Volgens de onderzoekers zouden de resulterende PETE-systemen rendementen van 50 tot 60 procent halen. Huidige zonnecellen halen rendementen van 10-15 procent voor goedkope panelen en rond de 20 procent voor duurdere typen. Bovendien zouden de productiekosten laag genoeg zijn om te concurreren met oliewinning.
In een normale fotovoltaïsche cel, vaak onterecht zonnecel genoemd, wordt een deel van de energie van het invallende licht benut om energie op te wekken. Fotonen met een bepaalde golflengte kunnen hun energie overdragen aan het halfgeleidermateriaal, maar een groot deel van het spectrum is onbruikbaar en veel energie gaat als warmte verloren. Die warmte heeft bovendien als nadeel dat de pvc's minder goed gaan functioneren. Daarom worden sommige zonnepanelen gekoeld. De onderzoekers van Stanford, onder leiding van Nick Melosh, hebben hiervoor echter een oplossing gevonden.
Het proces dat zij in hun onderzoek beschrijven, wordt photon enhanced thermionic emission, of PETE, genoemd. Door een dun laagje cesium op een pvc-halfgeleider van galliumnitride aan te brengen, kan het materiaal naast licht- ook warmte-energie in elektriciteit omzetten. Anders dan bij zonnepanelen stijgt het rendement van het materiaal naarmate de temperatuur stijgt. De PETE-pvc's zouden dan ook goed werken in combinatie met zonne-concentrators die vloeistof opwarmen. Volgens de onderzoekers zouden de resulterende PETE-systemen rendementen van 50 tot 60 procent halen. Huidige zonnecellen halen rendementen van 10-15 procent voor goedkope panelen en rond de 20 procent voor duurdere typen. Bovendien zouden de productiekosten laag genoeg zijn om te concurreren met oliewinning.
Doorbraak: zonnecellen halen elektriciteit uit licht én hitte
De zon biedt energie op twee manier aan: via licht en via warmte. Toch gebruiken zonnecellen slechts één van de twee opties, omdat het niet mogelijk is om beide type straling tegelijkertijd op te vangen. Gelukkig is er een doorbraak! Nieuwe zonnecellen halen energie uit licht én warmte.
De nieuwe zonnetechnologie combineert fotovoltaïstische (licht) en thermische (warmte) zonne-energie. De technologie maakt gebruik van ‘fotonverbeterde thermionische emissie’ (FTE). Het proces gebruikt cesium om de efficiëntie van huidige systemen te verdubbelen. Wetenschappers van Stanford melden dat het erg makkelijk is om huidige zonnecellen te vervangen door FTE-cellen.
Op dit moment zijn fotovoltaïstische zonnecellen minder efficiënt als ze warm worden. Als zonlicht en -warmte een zonnecel raken, gaat de helft van de elektriciteit verloren. Het nieuwe Stanford-systeem gebruikt de overtollige warmte en zet deze om in elektriciteit.
De juiste coating
Alles draait om de juiste coating. Onderzoekers kwamen erachter dat een dun laagje cesium en galliumnitride (een halfgeleider) zorgden voor een hoger rendement. Des te heter het systeem wordt, des te meer elektriciteit er wordt opgewekt. Volgens de wetenschappers kunnen FTE-systemen de efficiëntie van huidige zonnecellen verbeteren met zestig procent.
Goedkoper dan olie
En dat is erg mooi, want een verbetering van dertig procent is al voldoende om zonne-energie goedkoper te maken dan olie. Een verbetering van zestig procent zorgt waarschijnlijk voor een grote revolutie.
De nieuwe zonnetechnologie combineert fotovoltaïstische (licht) en thermische (warmte) zonne-energie. De technologie maakt gebruik van ‘fotonverbeterde thermionische emissie’ (FTE). Het proces gebruikt cesium om de efficiëntie van huidige systemen te verdubbelen. Wetenschappers van Stanford melden dat het erg makkelijk is om huidige zonnecellen te vervangen door FTE-cellen.
Op dit moment zijn fotovoltaïstische zonnecellen minder efficiënt als ze warm worden. Als zonlicht en -warmte een zonnecel raken, gaat de helft van de elektriciteit verloren. Het nieuwe Stanford-systeem gebruikt de overtollige warmte en zet deze om in elektriciteit.
De juiste coating
Alles draait om de juiste coating. Onderzoekers kwamen erachter dat een dun laagje cesium en galliumnitride (een halfgeleider) zorgden voor een hoger rendement. Des te heter het systeem wordt, des te meer elektriciteit er wordt opgewekt. Volgens de wetenschappers kunnen FTE-systemen de efficiëntie van huidige zonnecellen verbeteren met zestig procent.
Goedkoper dan olie
En dat is erg mooi, want een verbetering van dertig procent is al voldoende om zonne-energie goedkoper te maken dan olie. Een verbetering van zestig procent zorgt waarschijnlijk voor een grote revolutie.
woensdag 28 juli 2010
Wat zijn de voordelen?
De wereldpopulatie verbruikt steeds meer en meer energie. De wereldwijde primaire energieconsumptie wordt vandaag de dag geschat op ruim 14 000 miljard watt, en de sterke toename is opmerkelijk. Op veertig jaar tijd is het energieverbruik verdubbeld; het laatste decennium steeg de energieconsumptie met maar liefst 23 %. Gelet op de toenemende bevolkingsaangroei, en de snel stijgende energiebehoeften van groeilanden in Azië, Afrika en Zuid-Amerika, zal deze energievraag niet minderen. Integendeel, de nood aan energie zal de komende decennia enkel maar toenemen.
Momenteel wordt deze energie vooral geleverd door fossiele brandstoffen: 87 % van de energie wordt geproduceerd door olie, steenkool en gas. De rest van de energie is vooral afkomstig van kernsplijting en waterkrachtcentrales. Een groot nadeel van fossiele brandstoffen is dat hun aanwezigheid op de aarde eindig is. Olie zou over 40 jaar volledig opgebruikt zijn, aardgas over 65 jaar, en steenkool zou nog 165 jaar als brandstof kunnen gebruikt worden. Vermits fossiele brandstoffen eindig zijn, zullen we in de toekomst via andere middelen in onze energiebehoeften te voldoen. Maar het vereist tijd om 87 % van onze energiebronnen te vervangen door andere, en om die omschakeling zo vlekkeloos mogelijk te laten verlopen dient ze reeds vandaag te starten.
Bovendien hebben fossiele brandstoffen twee grote nadelen voor het milieu. Eerst en vooral komen bij de energieproductie toxische stoffen vrij (zwavel- en stikstofoxide). Ten tweede wordt koolstofdioxide geproduceerd. Hoewel dit laatste niet toxisch is, is het een belangrijk broeikasgas en daardoor een belangrijke oorzaak van de opwarming van de aarde.
Een alternatief voor de fossiele brandstoffen is kernsplitsing, een proces waarbij geen grote hoeveelheden koolstofdioxide vrijkomen. Hoewel de energievoorraad van geschikte splijtstoffen groter is dan voor de fossiele brandstoffen, is deze ook eindig, en daarom kan kernenergie niet als een volwaardige toekomstige energiebron aanzien worden. Bovendien is kernenergie allesbehalve duurzaam. Eerst en vooral heerst er een groot stockeerprobleem voor de radioactieve splijtstoffen die vrijkomen bij de energieproductie. Toekomstige generaties opzadelen met afval dat nog vele duizenden jaren radioactief zal blijven, kan men bezwaarlijk duurzaam noemen. Bovendien hebben kerncentrales de neiging af en toe eens te ontploffen, met catastrofale gevolgen voor de wijde omgeving. Extra veiligheidsmaatregelen, of de zgn. 'nieuwe generatie kerncentrales' kunnen dit gevaar niet laten verdwijnen, vermits het inherent is aan het kernsplijtingsproces.
Omwille van de eindigheid en de milieuproblemen van fossiele brandstoffen en kernsplitsing, is er nood aan andere energiebronnen, meer bepaald aan duurzame energiebronnen. Deze hebben, naast ecologische voordelen, nog meer pluspunten. Het afbouwen van fossiele brandstoffen, en het diversifiëren van duurzame energiebronnen kan aanleiding geven tot meer economische en politieke stabiliteit. Landen worden op die manier minder afhankelijk van andere regio's, en kunnen zelf voorzien in het energiebehoeften.
Zonne-energie is de ideale kandidaat als duurzame energiebron, en heeft massa's voordelen. De aarde ontvangt op één dag meer dan voldoende zonne-energie om aan de wereldwijde energiebehoeften van één jaar te voldoen!!! Verder is deze energiebron ook oneindig, en is er geen gevaar voor uitputting. Zonne-energie is een energievorm die overal ter wereld kan aangewend worden. De zonne-instraling is vrij eerlijk verdeeld over de wereld. Tussen de bevolkte regio's met de meeste en minste zonne-instraling zit slechts een verschil van een factor twee à drie. Dit verschil valt goed mee als we dit vergelijken met andere energievormen. Voor windenergie is dit verschil veel groter. Ook de geschikte plaatsen voor grootschalige waterkrachtcentrales en geothermische centrales zijn niet overal even sterk aanwezig. En het hoeft geen betoog dat niet elk land beschikt over voldoende olie-, gas-, steenkool- of uraniumvoorraden. Met thermische en fotovoltaïsche zonne-energie zou elk land in z'n eigen energiebehoeften kunnen voldoen, zonder afhankelijk te moeten zijn van andere landen. Verder hebben fotovoltaïsche zonnecellen het voordeel van geen geluidshinder of visuele hinder te veroorzaken, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld windenergie.
Momenteel wordt deze energie vooral geleverd door fossiele brandstoffen: 87 % van de energie wordt geproduceerd door olie, steenkool en gas. De rest van de energie is vooral afkomstig van kernsplijting en waterkrachtcentrales. Een groot nadeel van fossiele brandstoffen is dat hun aanwezigheid op de aarde eindig is. Olie zou over 40 jaar volledig opgebruikt zijn, aardgas over 65 jaar, en steenkool zou nog 165 jaar als brandstof kunnen gebruikt worden. Vermits fossiele brandstoffen eindig zijn, zullen we in de toekomst via andere middelen in onze energiebehoeften te voldoen. Maar het vereist tijd om 87 % van onze energiebronnen te vervangen door andere, en om die omschakeling zo vlekkeloos mogelijk te laten verlopen dient ze reeds vandaag te starten.
Bovendien hebben fossiele brandstoffen twee grote nadelen voor het milieu. Eerst en vooral komen bij de energieproductie toxische stoffen vrij (zwavel- en stikstofoxide). Ten tweede wordt koolstofdioxide geproduceerd. Hoewel dit laatste niet toxisch is, is het een belangrijk broeikasgas en daardoor een belangrijke oorzaak van de opwarming van de aarde.
Een alternatief voor de fossiele brandstoffen is kernsplitsing, een proces waarbij geen grote hoeveelheden koolstofdioxide vrijkomen. Hoewel de energievoorraad van geschikte splijtstoffen groter is dan voor de fossiele brandstoffen, is deze ook eindig, en daarom kan kernenergie niet als een volwaardige toekomstige energiebron aanzien worden. Bovendien is kernenergie allesbehalve duurzaam. Eerst en vooral heerst er een groot stockeerprobleem voor de radioactieve splijtstoffen die vrijkomen bij de energieproductie. Toekomstige generaties opzadelen met afval dat nog vele duizenden jaren radioactief zal blijven, kan men bezwaarlijk duurzaam noemen. Bovendien hebben kerncentrales de neiging af en toe eens te ontploffen, met catastrofale gevolgen voor de wijde omgeving. Extra veiligheidsmaatregelen, of de zgn. 'nieuwe generatie kerncentrales' kunnen dit gevaar niet laten verdwijnen, vermits het inherent is aan het kernsplijtingsproces.
Omwille van de eindigheid en de milieuproblemen van fossiele brandstoffen en kernsplitsing, is er nood aan andere energiebronnen, meer bepaald aan duurzame energiebronnen. Deze hebben, naast ecologische voordelen, nog meer pluspunten. Het afbouwen van fossiele brandstoffen, en het diversifiëren van duurzame energiebronnen kan aanleiding geven tot meer economische en politieke stabiliteit. Landen worden op die manier minder afhankelijk van andere regio's, en kunnen zelf voorzien in het energiebehoeften.
Zonne-energie is de ideale kandidaat als duurzame energiebron, en heeft massa's voordelen. De aarde ontvangt op één dag meer dan voldoende zonne-energie om aan de wereldwijde energiebehoeften van één jaar te voldoen!!! Verder is deze energiebron ook oneindig, en is er geen gevaar voor uitputting. Zonne-energie is een energievorm die overal ter wereld kan aangewend worden. De zonne-instraling is vrij eerlijk verdeeld over de wereld. Tussen de bevolkte regio's met de meeste en minste zonne-instraling zit slechts een verschil van een factor twee à drie. Dit verschil valt goed mee als we dit vergelijken met andere energievormen. Voor windenergie is dit verschil veel groter. Ook de geschikte plaatsen voor grootschalige waterkrachtcentrales en geothermische centrales zijn niet overal even sterk aanwezig. En het hoeft geen betoog dat niet elk land beschikt over voldoende olie-, gas-, steenkool- of uraniumvoorraden. Met thermische en fotovoltaïsche zonne-energie zou elk land in z'n eigen energiebehoeften kunnen voldoen, zonder afhankelijk te moeten zijn van andere landen. Verder hebben fotovoltaïsche zonnecellen het voordeel van geen geluidshinder of visuele hinder te veroorzaken, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld windenergie.
Abonneren op:
Posts (Atom)
TERUG NAAR DE WEBSITE >> www.ineltra-solar.be